Rb. Oost-Brabant 8 augustus 2014, ECLI:NL:RBOBR:2014:5047
Deelgeschil letselschade. Aanrijding in Spanje tussen een in Nederland geregistreerde camper en een in België geregistreerde camper. Het toepasselijk recht moet niet worden bepaald aan de hand van de Rome II-Verordening, maar aan de hand van het Haags Verkeersongevallenverdrag van 4 mei 1971. De rechtbank concludeert dat Spaans recht op de rechtsbetrekking tussen partijen van toepassing is, ook voor wat betreft de omvang van de schadevergoeding. Volgens verweerder wordt daarvoor In Spanje een tarifair systeem gehanteerd; de Baremo. Verzoekster heeft niet een voldoende gemotiveerd en onderbouwd standpunt daaromtrent ingenomen. De vraag of verzoekster naar Spaans recht recht heeft op een hogere vergoeding dan het tarief, laat de rechtbank onbeantwoord. Van een volwaardig debat tussen partijen over de precieze inhoud van het Spaanse recht is nog geen sprake geweest. De aard van de deelgeschilprocedure verzet zich ertegen om dat debat thans alsnog te voeren. Daarbij acht de rechtbank van belang dat niet kan worden uitgesloten dat het bij de beoordeling van de schadevergoedingsvordering van verzoekster naar Spaans recht, noodzakelijk zal blijken te zijn om het Internationaal Juridisch Instituut in te schakelen voor advies. Dergelijke stappen zullen in een bodemprocedure moeten worden gezet.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 272 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 283 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1019w Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1019z Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1019aa Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 6:96 BW6
- Artikel 24 EEX
- Artikel 18
- Artikel 22