Rb. Oost-Brabant 23 april 2014, ECLI:NL:RBOBR:2014:2125
De zaak betreft het windturbinepark Zuid-Dintel. GS hebben de verantwoordelijkheid te bewerkstelligen dat de ontwerpbeschikking gedurende de gehele termijn niet alleen online maar ook daadwerkelijk ter inzage ligt op de locatie die is aangegeven in de kennisgeving. Omdat GS dit niet hebben onderzocht wordt het beroep van een aantal eisers wel ontvankelijk verklaard. GS hoeven de verlening van de benodigde vergunning niet te coördineren met de vergunning voor twee andere nabijgelegen windturbineparken. De rechtbank is van oordeel dat de vergunning niet in strijd is met het inpassingsplan. De vergunning bevat voldoende voorschriften ter voorkoming van hinder vanwege laagfrequent geluid en slagschaduw. Gelet op de afstand van 470 meter tussen de windturbine en de meest dichtstbijzijnde woning kan niet kan worden aangenomen dat de gevreesde effecten van de windturbines voor vleermuizen de kwaliteit van de directe leefomgeving van eisers zullen aantasten. De betreffende norm van de Flora en faunawet strekt kennelijk niet tot bescherming van de belangen van eisers. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl