Rb. Oost-Brabant 15 april 2014, ECLI:NL:RBOBR:2014:1878
Verplaatsing intensieve veehouderijen, Publiekrechtelijke rechtshandeling, Definitie van subsidie begrip, Anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan verleende goederen of diensten. Overeenkomst. De rechtbank is van oordeel dat de met de koop van het bedrijf van eiseres gemoeide vergoeding, dat wil zeggen de vergoeding van de bedrijfsgebouwen en de sloopvergoeding, in het kader van de VIV 2005 een subsidie is in de zin van artikel 4:21, eerste lid, van de Awb. Verweerder heeft het bedrijf van eiseres aangekocht met het oog op beëindiging van het bedrijf in een extensiveringsgebied en verplaatsing van het bedrijf naar een door verweerder als duurzaam beoordeelde locatie. Het daarmee gemoeide bedrag wordt betaald uit gelden die daartoe door Provinciale Staten beschikbaar zijn gesteld en dat bedrag mag eiseres uitsluitend voor evenbedoelde verplaatsing aanwenden. Aldus worden natuur- en landschapswaarden in het extensiveringsgebied beschermd en hersteld, blijven de economische activiteiten die eiseres ontplooit voor de provincie behouden en heeft eiseres de mogelijkheid uit te breiden op de vervangende locatie, welke mogelijkheid zij niet had op de bestaande locatie omdat die locatie was gelegen in een extensiveringsgebied. De met de koop van het bedrijf van eiseres gemoeide vergoeding kan niet worden aangemerkt als betaling voor een aan verweerder geleverd goed. Reeds de vergoeding van de sloopkosten duidt erop dat het niet gaat om een betaling van een goed maar om een subsidie, terwijl ook uit de doelstelling van de VIV 2005 duidelijk blijkt dat de met de koop van het bedrijf van eiseres gemoeide vergoeding een stimuleringsmaatregel is en geen betaling van een aan verweerder geleverd goed. In dit verband is mede van belang dat de verplichting die eiseres met de overeenkomst is aangegaan om het bedrijf op een vervangende locatie voort te zetten niet duidt op een commerciële transactie met de overheid. Tot slot heeft eiseres met de aanmelding voor deelname aan de VIV 2005 het initiatief genomen, hetgeen tevens een aanwijzing vormt dat sprake is van een subsidie in plaats van een betaling van een aan verweerder geleverd goed. Ook uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 9 april 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:1200) in een geschil over een vergelijkbare regeling over verplaatsing van een veehouderijbedrijf naar een vervangende locatie kan worden afgeleid dat de Afdeling de daarmee gemoeide vergoeding aanmerkt als een subsidie. De rechtbank is van oordeel dat de met de koop van het bedrijf van eiseres gemoeide vergoeding, dat wil zeggen de vergoeding van de bedrijfsgebouwen en de sloopvergoeding, in het kader van de VIV 2005 een subsidie is in de zin van artikel 4:21, eerste lid, van de Awb. Verweerder heeft het bedrijf van eiseres aangekocht met het oog op beëindiging van het bedrijf in een extensiveringsgebied en verplaatsing van het bedrijf naar een door verweerder als duurzaam beoordeelde locatie. Het daarmee gemoeide bedrag wordt betaald uit gelden die daartoe door Provinciale Staten beschikbaar zijn gesteld en dat bedrag mag eiseres uitsluitend voor evenbedoelde verplaatsing aanwenden. Aldus worden natuur- en landschapswaarden in het extensiveringsgebied beschermd en hersteld, blijven de economische activiteiten die eiseres ontplooit voor de provincie behouden en heeft eiseres de mogelijkheid uit te breiden op de vervangende locatie, welke mogelijkheid zij niet had op de bestaande locatie omdat die locatie was gelegen in een extensiveringsgebied. De met de koop van het bedrijf van eiseres gemoeide vergoeding kan niet worden aangemerkt als betaling voor een aan verweerder geleverd goed. Reeds de vergoeding van de sloopkosten duidt erop dat het niet gaat om een betaling van een goed maar om een subsidie, terwijl ook uit de doelstelling van de VIV 2005 duidelijk blijkt dat de met de koop van het bedrijf van eiseres gemoeide vergoeding een stimuleringsmaatregel is en geen betaling van een aan verweerder geleverd goed. In dit verband is mede van belang dat de verplichting die eiseres met de overeenkomst is aangegaan om het bedrijf op een vervangende locatie voort te zetten niet duidt op een commerciële transactie met de overheid. Tot slot heeft eiseres met de aanmelding voor deelname aan de VIV 2005 het initiatief genomen, hetgeen tevens een aanwijzing vormt dat sprake is van een subsidie in plaats van een betaling van een aan verweerder geleverd goed. Ook uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 9 april 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:1200) in een geschil over een vergelijkbare regeling over verplaatsing van een veehouderijbedrijf naar een vervangende locatie kan worden afgeleid dat de Afdeling de daarmee gemoeide vergoeding aanmerkt als een subsidie.
De uitspraak op rechtspraak.nl