Rb. Oost-Brabant 19 april 2013, ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ8756
Ontvankelijkheid, nabijheid, ruimtelijke uitstraling. Belanghebbende. Onlosmakelijke samenhang. 1.2a Invoeringswet Wabo Samenvatting: Eisers hebben vanuit hun woningen beperkt zicht op een bouwlocatie voor een loods, vergund met artikel 2.1, eerste lid onder a, van de Wabo. De landschappelijke impact van het bouwplan is voor eisers zeer beperkt tot beperkt. Voorts is de rechtbank van oordeel dat de omstandigheid dat de woningen zijn gelegen op de rand van de geurcontour van het bedrijf van vergunninghoudster, dient te worden betrokken bij de beoordeling van de ruimtelijke uitstraling van het bouwplan en dat deze eisers een rechtstreeks betrokken belang hebben bij de verleende omgevingsvergunning voor bouwen. In de Wabo is geen aanhoudingsplicht opgenomen zoals voorheen het geval was in artikel 52 van de Ww (oud). De door eisers voorgestane coördinatieverplichting vloeit in dit geval evenmin voort uit artikel 2.7, eerste lid, van de Wabo omdat vergunninghoudster al een milieuvergunningsaanvraag had ingediend voor 1 oktober 2010. Artikel 1.2a, tweede lid van de Invoeringswet Wabo voorziet in eisers behoefte aan coördinatie tussen beide aanvragen. Ingevolge artikel 1.2a, derde lid, van de Invoeringswet Wabo is artikel 2.7, eerste lid, van de Wabo niet van toepassing. Vergunninghoudster is daarom niet verplicht om nogmaals een omgevingsvergunning voor de milieuactiviteit aan te vragen. De rechtbank voorziet zelf in de zaak en verklaart het bezwaarschrift van eisers ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl