Rb. Oost-Brabant 28 maart 2013, ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ6045

Artikel 1:441 lid 1 BW. Verhuurder dagvaardt gedaagde terzake van huurachterstand. Bij beschikking van de kantonrechter zijn de goederen van gedaagde onder bewind gesteld. Verhuurder heeft evenwel verzuimd de bewindvoerder als formele procespartij te dagvaarden. Op grond van artikel 118 Rv wordt de verhuurder in de gelegenheid gesteld om de bewindvoerder alsnog in dit geding op te roepen. De bewindvoerder vertegenwoordigt de rechthebbende in en buiten rechte tijdens het bewind bij vervulling van zijn taak. Deze vertegenwoordigingsbevoegdheid geldt alleen met betrekking tot handelingen die de onder bewind staande goederen betreffen. De bescherming van de rechthebbende dient niet verder te strekken dan noodzakelijk is. Voor zover de vordering betrekking heeft op de achterstallige huurpenningen, dient deze gelet op het vermogensrechtelijke karakter tegen de bewindvoerder van de rechthebbende te worden ingesteld. De vordering tot ontbinding en ontruiming dient, gelet op de verbintenisrechtelijke relatie tussen de verhuurder en de rechthebbende, tegen de rechthebbende worden ingesteld.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen