Rb. Oost-Brabant 12 februari 2013, ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ5520

Kort geding. Artikel 20 en 21 WOR. De kern van het geschil tussen partijen betreft (de uitleg van) een waarschuwingsbrief gestuurd door werkgever aan drie ondernemingsraadsleden. Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter betreft deze waarschuwingsbrief geen reactie van werkgever op iets wat de betrokken ondernemingraadsleden in hun hoedanigheid als OR-lid bij de uitoefening van hun uit de WOR voortvloeiende bevoegdheden hebben gedaan. Weliswaar kan uit de gedingstukken en het verhandelde ter zitting worden afgeleid dat voornoemde - door De OR niet of onvoldoende weersproken acties - raakvlak hebben met de uitoefening van OR-taken, echter met het op deze wijze benaderen van relaties buiten medeweten van werkgever om zijn de betrokken OR-leden buiten hun OR-bevoegdheid getreden. Een OR lidmaatschap is geen vrijbrief om in strijd met goed werknemerschap te handelen als het gaat om iets wat niet direct iets met OR bevoegdheden te maken heeft. Het staat een werkgever vrij om in een dergelijk geval aan te geven waar de grenzen liggen en bij overtreding daarvan, wat de consequenties zijn. Het kan werkgever in de gegeven omstandigheden dan ook niet worden verboden om een waarschuwingsbrief te schrijven en die in een persoonsdossier op te bergen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen