Rb. Oost-Brabant 15 maart 2013, ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ4694

Besluit waarbij een voormalige kerk is aangewezen als gemeentelijk monument. Ten aanzien van de ontvankelijkheid van het beroep overweegt de Rb. dat op grond van art. 8:40a Awb afdeling 2.3 van overeenkomstige toepassing is op het verkeer met de bestuursrechter. Op grond van art. 2:15, lid 1 Awb kan een bericht elektronisch naar de bestuursrechter worden verzonden voor zover de bestuursrechter kenbaar heeft gemaakt dat deze weg is geopend. De bestuursrechter kan nadere eisen stellen aan het gebruik van de elektronische weg. Ingevolge art. 1, lid 1 van het Besluit elektronisch verkeer met de bestuursrechter kan beroep bij de bestuursrechter slechts langs elektronische weg worden ingesteld op een vanwege de gerechten aangegeven wijze. Er dient daarbij verplicht gebruik te worden gemaakt van het daartoe door de rechtspraak ontwikkelde webformulier van het digitaal loket bestuursrecht, zoals ook is vermeld op de website van de rechtspraak (www.rechtspraak.nl). Eisers hebben geen gebruik gemaakt van het webformulier, maar per e-mail van 10 april 2012, gericht aan “Publieksvragen (’s-Hertogenbosch)”, beroep ingesteld. Deze e-mail is vervolgens doorgestuurd aan de sector bestuursrecht van deze rechtbank. Gelet op het voorgaande is de e-mail van eisers naar het oordeel van de Rb. niet aan te merken als een op juiste wijze digitaal ingediend beroepschrift. De Rb. wijst in dit verband op de uitspraak van de ABRS van 23 juli 2010 (LJN: BN7799). Op grond van art. 6:6, aanhef en onder b, van de Awb kan de bestuursrechter het beroep niet-ontvankelijk verklaren indien het beroepschrift geheel of gedeeltelijk is geweigerd op grond van art. 2:15, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn. Deze herstelmogelijkheid dient te worden geboden indien uit het e-mailbericht valt af te leiden dat daarmee beoogd wordt beroep in te stellen en het is verzonden naar het officiële e-mailadres van de Rb. Uit de e-mail van eisers valt af te leiden dat daarmee beoogd werd beroep in te stellen. De e-mail is verzonden naar een officieel e-mailadres van de Rb. De Rb. had eisers moeten meedelen dat het beroep niet op deze wijze kon worden ingesteld en in de gelegenheid moeten stellen het verzuim te herstellen. De Rb. heeft dit echter niet gedaan, maar heeft het beroep in behandeling genomen. Eisers hebben per fax een aanvullend beroepschrift ingediend dat door hun gemachtigde is ondertekend. Het verzuim is daarmee hersteld. Gelet op het voorgaande acht de Rb. het beroep ontvankelijk. De Rb. wijst op de uitspraak van de ABRS van 29 augustus 2012 (LJN: BX5972). (…)

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen