Rb. Oost-Brabant 19 februari 2013, ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ1870
Omgevingsvergunning schietboom met kogelvanger, bestuurlijke lus. Samenvatting: Omwonenden stellen beroep in tegen een omgevingsvergunning a.b.i. art. 2.1, eerste lid onder a en c Wabo voor een schietboom met kogelvanger in Mheer, op 170 meter afstand van de dichtstbijzijnde woning en in de nabijheid van een stiltegebied. Verweerder heeft niet duidelijk gemaakt op basis van welke criteria hij heeft vastgesteld dat het gebruik van de schietboom geen hinder veroorzaakt. Verweerder heeft zich niet kunnen baseren op het rapport van Bureau Geluid dat in opdracht van vergunninghoudster is opgesteld voor een schietlocatie in Voerendaal. Dit rapport is onvoldoende inzichtelijk. Omdat verweerder niet heeft kunnen vaststellen dat de vergunde locatie van de schietboom op zichzelf aanvaardbaar is, heeft verweerder de door eisers voorgedragen alternatieven niet onbesproken kunnen laten. Het bestreden besluit is in strijd met art. 7:12 Awb. De rechtbank stelt verweerder bij tussenuitspraak in de gelegenheid het gebrek te herstellen. De rechtbank overweegt dat de Handreiking Limburgs Traditioneel Schieten een reproduceerbaar, verifieerbaar en toetsbaar kader geeft om vast te stellen of de schietboom (geluid)hinder veroorzaakt. Als niet aan de toetsingswaarde in de Handreiking wordt voldaan is sprake van hinder. Er moet een meting conform de in de Handreiking genoemde methode geschieden met betrekking tot de directe omgeving van de woningen van eisers. Volgens de rechtbank is op het stiltegebied het geluidniveau voor het omgevingstype landelijk gebied van toepassing. De rechtbank geeft verweerder voorts een aantal aanwijzingen voor herstel van het bestreden besluit.
De uitspraak op rechtspraak.nl