Rb. Oost-Brabant 6 februari 2013, ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ0829
Aanwijzing van drie festiviteiten als collectieve festiviteit, waaronder carnaval. Het betreft een uitvoeringsbesluit op grond van art. 4.1.2, lid 1 van de APV. Het besluit bevat geen zelfstandige normstelling. Het bevat wel een concretisering naar tijd. Daarom is het besluit aan te merken als een concretiserend besluit van algemene strekking en is het hiertegen gerichte bezwaarschrift ontvankelijk. De omstandigheid dat het primaire besluit geen concretisering naar plaats bevat, leidt niet tot een ander oordeel. Volgens verzoekers is sprake van strijd met de rechtszekerheid. Art. 4.1.2 van de APV bevat immers geen bepalingen voor in- en aanpandige woningen. Als gevolg van de aanwijzing van carnaval als collectieve festiviteit, gelden voor de woning van verzoekers geen geluidsnormen als gevolg waarvan zij met ontoelaatbare geluidsoverlast kunnen worden geconfronteerd. De voorzieningenrechter verstaat de bezwaargrond van verzoekers aldus dat zij stellen dat de APV onverbindend is, met als gevolg dat het besluit niet had kunnen worden genomen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is art. 4.1.2 APV niet onverbindend wegens strijd met het Abm. Art. 2.21, lid 2, biedt de bevoegdheid maar niet de verplichting om voorschriften op te nemen ter beperking van geluidoverlast. Het is de keuze van de gemeenteraad geweest om zich te beperken tot het opnemen van een geluidsnorm voor de buitengevel van de woning. De inrichting zal tijdens carnaval ook aan deze norm dienen te voldoen. Al verdient het uit oogpunt van handhaving aanbeveling om in lijn met art. 2.17 en volgende van het Abm ook normen op te nemen voor in- en aanpandige woningen, de voorzieningenrechter is van oordeel dat de gemeenteraad in redelijkheid de keuze heeft kunnen maken om dit niet te doen. Derhalve kan niet worden gezegd dat deze keuze in strijd is met de rechtszekerheid. Hetzelfde geldt voor de keuze van de gemeenteraad om in de APV de bevoegdheid ingevolge art. 2.21, lid 2 van het Abm niet te delegeren aan verweerder. Verweerder kan daarom geen voorschriften ter beperking van geluidsoverlast tijdens collectieve festiviteiten stellen in individuele gevallen. Gelet op het bovenstaande oordeel leidt deze bezwaargrond niet tot toewijzing van het verzoek. Daargelaten de vraag of art. 2.21, lid 1 van de APV wel voorziet in de mogelijkheid van delegatie van de bevoegdheid om delen van de gemeente aan te wijzen waarvoor de APV geldt, hetgeen immers uitsluitend is voorbehouden aan de gemeenteraad, is verweerder naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet bevoegd de door verzoekers gewenste individuele uitzondering te maken. Op grond van art. 1.1.1, aanhef en onder d, van de APV is een collectieve festiviteit een festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden. Het maken van een uitzondering voor het perceel waarop de inrichting is gelegen bij de aanwijzing van carnaval als collectieve festiviteit, is daarom in strijd met de bedoeling van de regelgever, in dit geval de gemeenteraad. De voorzieningenrechter is verder van oordeel dat verweerder in het onderhavige geval een juiste belangenafweging heeft gemaakt door de sociaal-maatschappelijke belangen met betrekking tot het vieren van carnaval af te wegen tegenover het belang van de omwonenden. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder in redelijkheid tot zijn besluit kunnen komen. De voorzieningenrechter neemt hierbij in aanmerking dat de geluidsnormen in tabel 2.17a bij art. 2.17 van het Abm, waaronder begrepen de voorschriften voor aanpandige woningen, onverkort gelden na de tijdstippen genoemd in art. 4.1.2, lid 8 van de APV en op alle dagen van het jaar die niet als collectieve festiviteit zijn aangemerkt. Exploitanten moeten op deze momenten aan de geluidsvoorschriften in het Abm voldoen en de overlast die verzoekers stellen te hebben, kan worden beperkt door handhaving hiervan. Deze bezwaargrond leidt daarom niet tot toewijzing van het verzoek. Wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
De uitspraak op rechtspraak.nl