Rb. Oost-Brabant 23 januari 2013, ECLI:NL:RBOBR:2013:BY9301
Korte samenvatting: Contradictoir. Letselschade. Fietser valt over betonnen verhoging die dient als scheiding tussen fietspad en rijbaan. De benadeelde heeft de Gemeente aansprakelijk gesteld. De gemeente is bij verstek veroordeeld, de rechtbank heeft voor recht verklaard dat de gemeente aansprakelijk is voor het ontstaan en de gevolgen van het ongeval. Aangesproken tot betaling stelt de gemeente dat zij niet wist van het verstekvonnis, omdat dat op het verkeerde bureau terecht is gekomen. De proceskostenveroordeling van het verstekvonnis is wel voldaan door de Gemeente. Gemeente beroept zich vervolgens op eigen schuld van de benadeelde, omdat daarover in het verstekvonnis niet is geoordeeld. Benadeelde vordert thans een verklaring voor recht dat de Gemeente volledig aansprakelijk is voor de schade, zonder vermindering op grond van eigen schuld van de benadeelde. Kan de aansprakelijkheidsvraag opnieuw aan de orde worden gesteld, gelet op het verstekvonnis? Nee. Verstekvonnis heeft gezag van bewijsde. Beroep op eigen schuld kan wel aan de orde worden gesteld, daarover heeft de rechtbank zich in het verstekvonnis niet uitgesproken. In het oordeel van de verstekrechter ligt het oordeel besloten dat de inrichting van de weg niet voldeed aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mocht stellen. Bij die eisen dient men er al van uit te gaan dat niet alle verkeersdeelnemers steeds de nodige voorzichtigheid of oplettendheid zullen betrachten. Het komt er dus op aan of benadeelde in verdergaande mate onvoorzichtig of onoplettend is geweest, dan de onvoorzichtigheid of onoplettendheid waarmee de wegbeheerder al rekening diende te houden. Dat is niet het geval. Beroep Gemeente op matiging ex artikel 6:109 BW faalt. De interne administratieve slordigheid waardoor de Gemeente heeft verzuimd in verzet te komen tegen het verstekvonnis dient niet voor rekening van benadeelde te komen.
De uitspraak op rechtspraak.nl