Rb. Oost-Brabant 29 augustus 2013, ECLI:NL:RBOBR:2013:4820
Kop: Meststoffenwet, boete, landbouwbedrijf, functioneel daderschap: Samenvatting: Om verontreiniging van het grondwater door fosfaat en stikstof te beperken en te voorkomen is in de Msw een stelsel van gebruiksnormen opgenomen. Dat stelsel kent strenge regels voor het gebruik van mest, fosfaat en stikstof. Zo bepaalt artikel 7 van de Msw dat het verboden is op een bedrijf meststoffen op of in de bodem te brengen. Om die doelstelling te bereiken, zo volgt uit de hiervoor weergegeven Memorie van Toelichting, heeft de wetgever gekozen voor een ruime omschrijving van het begrip landbouw en bepaald dat al snel sprake zal zijn van een landbouwbedrijf. Meer in het bijzonder heeft de wetgever de vraag of grond zonder gebouwen ook als bedrijf kan worden aangemerkt onder ogen gezien, maar daarover opgemerkt dat dit niet goed denkbaar is en dat alleen bij buitenlandse bedrijven denkbaar is dat in Nederland uitsluitend percelen grond zonder gebouwen zijn gelegen. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat in zijn geval sprake is van laatstbedoelde situatie, namelijk een perceel grond zonder gebouwen. Het bedrijf van eiser is gevestigd in Nederland, van waaruit ook de administratie wordt gevoerd. Eiser en zijn broer zijn in het bezit van vijftien hectare landbouwgrond die zij op basis van kortlopende pachtovereenkomsten aan diverse bedrijven verpachten. Eiser heeft in 2011 zelf landbouwgrond in gebruik gehad en daarop maïs geteeld. Ook overigens heeft eiser ook in voorgaande jaren landbouwactiviteiten verricht. Verweerder heeft het bedrijf van eiser wat betreft het jaar 2011 dus terecht aangemerkt als landbouwbedrijf. Naar het oordeel van de rechtbank is de overtreding aan eiser toe te rekenen.
De uitspraak op rechtspraak.nl