Rb. Oost-Brabant 12 juli 2013, ECLI:NL:RBOBR:2013:2857
Artikel 4:8, eerste lid, van de Awb, ziet niet primair op rechtsbescherming van de belanghebbende, maar op een juiste vaststelling van de feiten. Korte termijn voor indienen zienswijze geen reden voor schorsing van het besluit. In bezwaar kunnen grieven nader worden toegelicht. Op grond van het proces-verbaal was het voldoende aannemelijk dat er in de horeca-inrichting werd gepokerd om geld. Sluiting van de horeca-inrichting op grond van artikel 174a van de Gemeentewet is een ander besluitvormingstraject dan intrekking van de drank- en horecawetvergunning op grond van artikel 31, eerste lid, onder d, van de Drank- en horecawet. Gelet op het imperatieve karakter van dit laatste artikel was verweerder gehouden de vergunning in te trekken.
De uitspraak op rechtspraak.nl