Rb. Noord-Nederland 18 september 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:4441
Wahv. Als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden. Ingebrekestelling prematuur, nu de beslistermijn met toepassing van artikel 7:24, derde lid, van de Awb is opgeschort. Ook een mobiel pinapparaat is een mobiel elektronisch apparaat dat kan worden gebruikt voor communicatie of informatieverwerking. Ook het vasthouden van een zo’n apparaat is dus niet toegestaan.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 271028788
zaaknummer: 12133833 BU VERZ 26-526
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 18 september 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] ,
gemachtigde: M.J.M. Bergers, Boete.nu.
Inleiding
1 Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden’, verricht op 20 december 2024, om 21:50 uur, op de Rijksweg (A32) in Heerenveen, gemeente Heerenveen, met een bedrijfsauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 429,00 (inclusief administratiekosten).
1.1 Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2 De kantonrechter heeft het beroep op 18 september 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig de vertegenwoordigster van de officier van justitie, mr. S. Heling.
1.3 Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2 De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3 Gemachtigde voert namens betrokkene aan dat betrokkene geen mobiel elektronisch apparaat heeft vastgehouden tijdens het rijden als bedoeld in artikel 61a van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990. Betrokkene had op het moment van de constatering een ander voorwerp in zijn hand en de verbalisant moet zich hebben vergist en dit voorwerp hebben aangezien voor een mobiel elektronisch apparaat. Zeker in een geval waarbij een verbalisant zijn gedachte heeft gericht op het constateren van het gebruik van een mobiele telefoon tijdens het rijden, is zijn waarneming al gekleurd.
4 Verder voert gemachtigde aan dat de ingebrekestelling niet prematuur is. Van een verzuim is namelijk geen sprake geweest. Daarom is geen sprake van een opschorting van de beslistermijn.
5 Door de vertegenwoordigster is aangevoerd dat zij het standpunt van de officier van justitie wil handhaven. Zij heeft de kantonrechter verzocht het beroep ongegrond te verklaren.
Overwegingen
Brief griffie 13 maart 2026
6 De kantonrechter merkt ten eerste op dat de griffie van deze rechtbank op 13 maart 2026 een brief naar gemachtigde heeft verstuurd met hierin de mededeling dat de gronden van het beroep ontbreken. Hij constateert echter dat het beroepschrift van 30 oktober 2025 wel degelijk gronden bevat. Daarom is de brief van 13 maart 2026 per abuis naar gemachtigde verzonden.
Heeft de officier van justitie een dwangsom verbeurd?
7 Gelet op de verzenddatum van de inleidende beschikking liep de termijn om op het administratief beroep te beslissen af op 3 juni 2025. Bij brief van 25 mei 2025 is de termijn om te beslissen tijdig met tien weken verlengd. Hierdoor was de uiterste beslistermijn 11 augustus 2025. Nu de officier van justitie op verzoek van de gemachtigde een termijn van vier weken heeft verleend voor het aanvullen van de gronden, is de beslistermijn met toepassing van artikel 7:24, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht opgeschort tot 8 september 2025, zodat de ingebrekestelling d.d. 11 augustus 2025 (ontvangen op 13 augustus 2025) prematuur was. Het verweer slaagt derhalve niet.
Kan de gedraging worden vastgesteld?
8 Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.
9 Uit de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht blijkt dat deze zag dat de bestuurder tijdens het rijden een mobiele telefoon met de rechterhand, ter hoogte van het bovenlichaam vasthield. De verbalisant verklaart dat hij tijdens zijn waarneming duidelijk en onbelemmerd in/naar het voertuig en naar het mobiel elektronisch apparaat heeft kunnen kijken. Bij de staandehouding vroeg hij aan de bestuurder om zijn mobiel elektronisch apparaat aan hem te tonen, maar de bestuurder deed dit niet. Betrokkene verklaarde een mobiel pinapparaat te hebben vastgehouden tijdens het rijden. De verbalisant verklaart een mobiele telefoon te hebben gezien, maar dat het merk en het type hem niet bekend is. Hij zag dat de mobiele telefoon bediend werd omdat hij zag dat de duim van de rechterhand het scherm aanraakte. Betrokkene heeft bij de staandehouding de volgende verklaring afgelegd: “ik had een pinapparaat in de hand omdat ik de laatste bestelling moest leveren”.
10 In hetgeen door betrokkene is aangevoerd, ziet de kantonrechter geen aanleiding te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Deze heeft duidelijk en onbelemmerd in het voertuig van betrokkene kunnen kijken en heeft hierdoor de waarneming kunnen doen. De kantonrechter twijfelt ook niet aan de waarneming van de verbalisant dat het om een mobiele telefoon ging. Verder bepaalt artikel 61a van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 dat het degene die een voertuig bestuurt, verboden is om tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat dat gebruikt kan worden voor communicatie of informatieverwerking, vast te houden. Ook een mobiel pinapparaat is een mobiel elektronisch apparaat dat kan worden gebruikt voor communicatie of informatieverwerking. Ook het vasthouden van een zo’n apparaat is dus niet toegestaan.
11 Alles overwegende stelt de kantonrechter op basis van de verklaring van de verbalisant vast dat de gedraging is verricht. In het verweer van betrokkene zijn geen omstandigheden gelegen die aanleiding geven tot een wijziging van de boete. De boete is terecht opgelegd. Het beroep zal ongegrond worden verklaard. De proceskosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
R. de Hoop, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.