Rb. Noord-Nederland 22 september 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:4417

Wahv. Twee boetes voor R545 – ‘als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden’. De verkeersovertredingen staan vast omdat betrokkene deze heeft erkend. Betrokkene vindt bijna 1000 euro een heel harde straf en heeft ervan geleerd. Vanwege de grote gevaarzetting door vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden, staat er een hoge boete op de overtreding, die op zichzelf niet onevenredig is. Dat betrokkene als enige op de weg reed, maakt niet dat de boetes niet opgelegd mochten worden. Gelet op betrokkenes persoonlijke situatie ziet de kantonrechter echter wel aanleiding om een van de boetes te matigen tot nul.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Tekst

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummers: 276091464 en 276184904
zaaknummers: 12290925 BU VERZ 26-1252 en 12315882 BU VERZ 26-1467
uitspraak van de kantonrechter van 22 september 2026
in de zaken van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] .

Inleiding

1 Aan betrokkene zijn twee boetes opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv).

1.1 De verkeersovertreding waarvoor de eerste boete (26-1252) is opgelegd is: R545 – ‘als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden’, verricht op 26 augustus 2025, om 21:07 uur, op de Rijksstraatweg in Haren (Gn.), met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 439,00 (inclusief administratiekosten).

1.2 De verkeersovertreding waarvoor de tweede boete (26-1467) is opgelegd is: R545 – ‘als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden’, verricht op 31 augustus 2025, om 23:34 uur, op de Rijksstraatweg in Haren (Gn.), met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 439,00 (inclusief administratiekosten).

1.1 Betrokkene heeft tegen de boetes beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft de beroepen ongegrond verklaard. Tegen die beslissingen heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

1.2 De kantonrechter heeft de beroepen op 7 september 2026 gevoegd op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordiger van de officier van justitie mr. R. Baltus.

Beoordeling door de kantonrechter

2 De kantonrechter beoordeelt de beroepen aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep in 26-1252 ongegrond is en dat het beroep in 26-1467 gegrond is. De tweede boete matigt hij tot nul. De kantonrechter legt hierna uit waarom hij dat doet.

Is betrokkene ontvankelijk?

3 De kantonrechter constateert dat betrokkene geen zekerheid heeft gesteld, zoals de wet verplicht. Betrokkene heeft in zijn beroepschriften geschreven dat hij vanwege zijn bedrijf in financiële problemen zit. Op de zitting heeft betrokkene aangegeven dat zijn situatie onveranderd is.

4 De kantonrechter ziet in de omstandigheden aanleiding om de zekerheid op nul te stellen en de zaken inhoudelijk te behandelen.

Kunnen de verkeersovertredingen worden vastgesteld?

5 Betrokkene heeft in zijn beroepschrift in 26-1252 geschreven dat hij de overtreding erkent en werkt aan verandering van zijn – naar eigen zeggen – slechte gewoonte. In het beroepschrift in 26-1467 heeft betrokkene geschreven dat het hem op basis van de foto’s niet duidelijk is, dat hij het was die een mobiele telefoon vasthield. Op de zitting heeft betrokkene aangegeven dat hij dat alleen heeft opgeschreven om in beroep te kunnen gaan en op die manier uitstel van betaling te krijgen. Daarmee heeft betrokkene beide overtredingen erkend, die dus kunnen worden vastgesteld.

Bestaan er gronden voor matiging van de boetes?

6 Betrokkene heeft op de zitting aangevoerd dat hij van de boetes heeft geleerd, maar dat hij bijna 1000 euro een heel harde straf vindt voor de overtredingen. Hij begrijpt dat het niet mag, maar op dat tijdstip reed er niemand.

7 De vertegenwoordiger heeft zich op het standpunt gesteld dat hij vanwege de verkeersveiligheid geen reden ziet voor matiging van de boetes en dat hij verzoekt om ongegrondverklaring van de beroepen, maar dat hij het zou begrijpen als de kantonrechter overgaat tot matiging vanwege de financiële situatie van betrokkene.

8 Dat laatste doet de kantonrechter. Vanwege de grote gevaarzetting door vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden, staat er een hoge boete op de overtreding, die op zichzelf niet onevenredig is. Dat betrokkene als enige op de weg reed, maakt niet dat de boetes niet opgelegd mochten worden. Gelet op betrokkenes persoonlijke situatie ziet de kantonrechter echter wel aanleiding om de tweede boete (26-1467) te matigen tot nul. De eerste boete (26-1252) laat hij in stand.

Beslissing

De kantonrechter:

In 26-1252:

- verklaart het beroep ongegrond.

In 26-1467:

verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond;
wijzigt die beslissing en matigt de boete tot nul.

Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, kantonrechter, in aanwezigheid van D.W. Veenstra, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 september 2026.

griffier kantonrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het

gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.

Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken