Rb. Noord-Nederland 10 september 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:4317

Overdrachtsbelasting, verkrijging onroerende zaak na echtscheiding. De rechtbank is van oordeel dat artikel 3, lid 1, onderdeel b van de WBR niet van toepassing is omdat belanghebbende was gehuwd onder huwelijkse voorwaarden, waarbij iedere gemeenschap was uitgesloten. Over de hoogte van de naheffingsaanslag is de rechtbank van oordeel dat de inspecteur de waarde voor de hele onroerende zaak aannemelijk heeft gemaakt, maar dat hij de onderverdeling van deze waarde in waarden voor het woondeel, de bedrijfsopstallen respectievelijk de bedrijfsgrond niet aannemelijk heeft gemaakt. De rechtbank vermindert de naheffingsaanslag. Tot slot is de rechtbank van oordeel dat de verzuimboete moet worden verminderd tot een symbolisch bedrag van € 1.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken