Rb. Noord-Nederland 22 september 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:4269

Minderjarige verdachte. Vrijspraak van wederrechtelijke vrijheidsberoving. Veroordeling voor diefstal voorafgegaan van geweld om deze makkelijk te maken, medeplegen art. 2 onder B OW, meerdere malen voor art. 2 onder C OW, voor art. 2a eerste lid OW en overtreding art. 8 WVW1994. Van een deel van de dealperiode is vrijgesproken. De indicatieve test in samenhang met de verklaring van verdachte voor het vaststellen van de middelen is in deze voldoende om vast te stellen om wat voor middelen het gaat. Inbeslaggenomen goederen zijn verbeurd verklaard, onttrokken aan het verkeer en teruggegeven aan verdachte. Ook een pistool en een cobra, waarmee geen verband is met het bewezenverklaard zijn onttrokken aan hete verkeer. De vordering van de benadeelde partij is deels hoofdelijk toegewezen met de schadevergoedingsmaatregel. Gijzeling op nihil. Materiële schade is door de rechtbank geschat.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen