Rb. Noord-Nederland 6 februari 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:320
Vrijwillige aankondigingen ex artikel 4.16 lid 1 Aanbestedingswet 2012 ten aanzien van de uitbreiding van een in 2015 door het UMCG aan EPIC gegunde opdracht tot het opzetten van een Elektronisch Patiëntendossier. Het beroep van UMCG op rechtsverwerking wegens overschrijding van de in artikel 4.16 lid 3 Aw 2012 vermelde termijn faalt. De toetsing ingevolge het Fastweb II-arrest van het HvJ EU of sprake is van rechtsverwerking en of voldaan is aan de aan een vrijwillige aankondiging te stellen voorwaarden, moet worden verricht aan de hand van enkel de informatie in de vrijwillige aankondiging. In de vooraankondiging 1 is niet duidelijk en ondubbelzinnig vermeld op welke wijze het uitgebreide EPD zal worden gerealiseerd. In de vooraankondiging 2 is niet aannemelijk gemaakt waarom de desbetreffende opdracht alleen door Pragus kan worden verricht en artikel 2.32 lid 3 Aw 2012 van toepassing is. Verder is in geschil of door de in de Vooraankondigingen genoemde opdrachten sprake is van een wezenlijke wijziging van de in 2015 aan EPIC gegunde opdracht. Overgangsrechtelijk: Hoofdstuk 2.5 Aw (de artikelen 2.163a tot en met 2.163g) over de wijziging van overheidsopdrachten is in 2016 in de Aw opgenomen ter implementatie van artikel 72 van Richtlijn 2014/24/EU. Toegepast op het leerstuk van de wezenlijke wijziging, zou dit meebrengen dat hoofdstuk 2.5 Aw op veel contracten, zoals de onderhavige die is tot stand gekomen in 2015 niet van toepassing zou zijn. De voorzieningenrechter is echter voorshands van oordeel dat niet het moment van aanbesteden doorslaggevend is, maar het moment van wijziging. Voldoende aannemelijk is geworden dat de in 2015 gegunde opdracht tijdens de looptijd daarvan wezenlijk is gewijzigd, waardoor ter zake een nieuwe aanbestedingsprocedure door het UMCG zal moeten worden gevolgd. Verbod tot uitvoering van de Vooraankondigingen.
De uitspraak op rechtspraak.nl