Rb. Noord-Nederland 16 juli 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:2965

WAO - afwijzing verzoek om terug te komen van eerder besluit - geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden - verzoek correctie rapport van de va b&b - het beroep op het blokkeringsrecht slaagt niet - het blokkeringsrecht is niet van toepassing in de sociale zekerheid als het gaat om wetten genoemd in de Wet SUWI; daaronder valt ook de WAO - de medische gegevens mogen deel uitmaken van de dossiers - de correctie in het rapport van de va verandert niets aan de conclusie dat geen sprake is van nova - het besluit is op dit laatste punt niet evident onredelijk - de va b&b heeft de datum waarop eiseres zich ooit eerder heeft ziekgemeld gecorrigeerd van 13 januari 2013 naar 16 januari 2013 en hoefde niet meer te corrigeren - de beroepen zijn ongegrond verklaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Tekst

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
zaaknummers: LEE 24/4827 en LEE 25/1645
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 juli 2026 in de zaken tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het Uwv
(gemachtigde: A.B. Froentjes).

Samenvatting

Deze uitspraak gaat over de beroepen van eiseres tegen twee besluiten van het Uwv over het niet terugkomen van zijn besluit van 27 februari 2004 respectievelijk over de correctie van het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep M.J. [naam va b&b] . Eiseres is het met die besluiten niet eens en voert een aantal beroepsgronden aan. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het Uwv de besluiten terecht heeft genomen. Eiseres krijgt daarom geen gelijk en de beroepen zijn ongegrond.

Inleiding en procesverloop

1 Met een besluit van 27 februari 2004 heeft het Uwv geweigerd om eiseres per diezelfde datum een WAO-uitkering toe te kennen, omdat zij niet gedurende 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt is geweest. Op 17 november 2023 heeft eiseres opnieuw een WAO-uitkering aangevraagd. Het Uwv heeft dit opgevat als een verzoek om terug te komen van het besluit van 27 februari 2004; het heeft dit verzoek afgewezen met zijn besluit van 2 januari 2024. Eiseres heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.

1.1 Op 7 november 2024 en 2 december 2024 heeft eiseres het Uwv verzocht om de gegevens in het rapport van [naam va b&b] van 16 oktober 2024 te wijzigen. Met het besluit van 5 december 2024 heeft het Uwv dat verzoek afgewezen. Ook hiertegen heeft eiseres bezwaar gemaakt.

1.2 Met het besluit van 28 oktober 2024 heeft het Uwv het bezwaar van eiseres tegen het besluit van 2 januari 2024 ongegrond verklaard (LEE 24/4827). Met het besluit van
21 maart 2025 heeft het Uwv het bezwaar van eiseres tegen het besluit van 5 december 2024 gegrond verklaard (LEE 25/1645). Dat laatste komt omdat [naam va b&b] met een rapport van
13 februari 2025 zijn rapport van 16 oktober 2024 toch nog heeft gecorrigeerd.

1.3 Eiseres heeft beroepen ingesteld tegen de besluiten van 28 oktober 2024 en
21 maart 2025. Bij brief van 16 mei 2025 heeft de rechtbank het Uwv meegedeeld dat de medische gegevens van eiseres moeten worden ingezonden. Het Uwv heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.

1.4 De rechtbank heeft de beroepen op 2 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiseres en de gemachtigde van het Uwv deelgenomen. Op die zitting heeft eiseres in beide zaken een wrakingsverzoek ingediend. De rechtbank heeft daarom de behandeling van de zaken geschorst. Bij beslissing van 18 maart 2026 heeft de wrakingskamer het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond verklaard.

1.5 De rechtbank heeft de behandeling voortgezet op de zitting van 17 april 2026. Hieraan hebben wederom eiseres en de gemachtigde van het Uwv deelgenomen. Daar heeft eiseres opnieuw een wrakingsverzoek ingediend. De rechtbank heeft daarom de behandeling van de zaken weer geschorst. De wrakingskamer heeft op 23 april 2026 dat verzoek ongegrond verklaard en bepaald dat een volgend verzoek tot wraking in deze procedures niet in behandeling wordt genomen.

1.6 Op 19 mei 2026 heeft de wrakingskamer eiseres bericht dat haar wrakingsverzoek van 13 mei 2026 niet in behandeling wordt genomen.

1.7 De rechtbank heeft de behandeling van de beroepen voortgezet op 6 juli 2026. Hieraan heeft de gemachtigde van het Uwv deelgenomen. Eiseres heeft zich voor de zitting afgemeld. De rechtbank heeft het onderzoek in beide zaken gesloten.

Standpunten van partijen in de beide zaken

2 Eiseres voert aan dat het Uwv gebruik heeft gemaakt van onjuiste medische informatie. Het rapport van 16 oktober 2024 van [naam va b&b] is inhoudelijk niet juist. Eiseres doet een beroep op het blokkeringsrecht. Zij is het er niet mee eens dat het Uwv haar medisch dossier naar de rechtbank heeft gestuurd. Zij verzoekt om haar medische gegevens uit het dossier van de rechtbank te verwijderen. Eiseres stelt dat het blokkeringsrecht ook voor de rechtbank geldt. Ten slotte vindt zij dat het rapport van [naam va b&b] van 16 oktober 2024 op verschillende punten onjuist is.

3 Het Uwv ziet geen aanleiding voor wijziging van zijn standpunten in beide zaken.

Beoordeling door de rechtbank

Wat moet de rechtbank beoordelen?

4 De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of het Uwv terecht vindt dat er geen reden is om terug te komen van het besluit van 27 februari 2004 en dat het rapport van [naam va b&b] van 16 oktober 2024 voldoende is gecorrigeerd. Ook speelt de vraag of de medische gegevens van eiseres deel uit mogen maken van de dossiers.

LEE 24/4827

Mochten de medische gegevens van eiseres aan het dossier worden toegevoegd?

5 Het beroep van eiseres op het blokkeringsrecht slaagt niet; dat geldt ook voor haar verzoek om het rapport van [naam va b&b] van 16 oktober 2024 niet in de procedure te betrekken. Het blokkeringsrecht is niet van toepassing in de sociale zekerheid als het gaat om wetten genoemd in de Wet SUWI; daaronder valt ook de WAO. Daarbij komt dat de rechtbank een inhoudelijk oordeel moet geven over het besluit van 28 oktober 2024 en daarvoor de medische gegevens van eiseres nodig heeft. Zij heeft dus niet de medische gegevens uit het dossier teruggestuurd naar het Uwv. Bij brief van 3 juni 2025 heeft de rechtbank eiseres meegedeeld dat zij bij haar standpunt in de brief aan het Uwv van 16 mei 2025 blijft.

Is het Uwv terecht niet teruggekomen van zijn besluit van 27 februari 2004?

Toetsingskader

6 Het Uwv heeft op het verzoek van eiseres om terug te komen van het besluit van 27 februari 2004 beslist met toepassing van artikel 4:6, tweede lid, van de Awb. Dit betekent dat de bestuursrechter aan de hand van de aangevoerde beroepsgronden toetst of het bestuursorgaan zich terecht, zorgvuldig voorbereid en deugdelijk gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat er geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden (zogenaamde ‘nova’) zijn. Als het bestreden besluit die toets doorstaat, kan de bestuursrechter aan de hand van wat de rechtzoekende heeft aangevoerd tot het oordeel komen dat het besluit op de herhaalde aanvraag of het verzoek om terug te komen van een besluit evident onredelijk is.

Wat vindt de rechtbank?

7 Het Uwv heeft zich voor zijn besluit gebaseerd op het rapport van [naam va b&b] van 16 oktober 2024. Daarin heeft deze geschreven dat eiseres de medische informatie heeft overgelegd die zij zelf over de afgelopen jaren heeft kunnen achterhalen. Die gaat over met name [klachten] na een inversietrauma in 2004 en 2005. Deze klachten dateren volgens [naam va b&b] dus van na de datum waarover het besluit van

27 februari 2004 ging, namelijk dezelfde datum, 27 februari 2004. Het is eiseres ook gelukt om weer aan het werk te gaan. Na een [operatie] in 2003 heeft zij volgens haar MDL-arts klachten gehouden, maar die zijn geen reden om haar met terugwerkende kracht arbeidsongeschikt te achten op en na 27 februari 2004. [naam va b&b] sluit af met de conclusie dat uit de overgelegde informatie niet blijkt dat er sprake is van nova die aanleiding zijn om de beslissing van 27 februari 2004 te herzien. De rechtbank volgt deze conclusie, te meer daar eiseres geen inhoudelijke argumenten heeft aangevoerd waaruit blijkt dat [naam va b&b] het bij het verkeerde eind heeft gehad of iets heeft gemist. Hij heeft een zorgvuldig onderzoek gedaan.

7.1 Weliswaar heeft [naam va b&b] zijn rapport op 13 februari 2025, dus na het besluit van 28 oktober 2024, gecorrigeerd, maar dat gaat alleen over de juiste datum van een veel eerdere ziekmelding van eiseres, in januari 2013. Die correctie verandert dus niets aan de conclusie van [naam va b&b] dat geen sprake is van nova. Ook is het besluit van 28 oktober 2024 op dit laatste punt niet evident onredelijk. Dit beroep slaagt niet.

LEE 25/1645

Is de correctie die [naam va b&b] heeft aangebracht in zijn rapport van 16 oktober 2024 voldoende?

8 [naam va b&b] heeft op een hoorzitting de medische aspecten met eiseres doorgenomen aan de hand van een kopie van zijn rapport van 16 oktober 2024 waarop zij een aantal opmerkingen heeft geplaatst. Eiseres heeft verder drie brieven op een SD-kaartje met medische informatie aan [naam va b&b] gegeven. Deze heeft in zijn rapport van 13 februari 2025 opgemerkt dat het gesprek met eiseres enkele nieuwe feiten over haar medische voorgeschiedenis heeft opgeleverd. Hij heeft de datum waarop zij zich ooit eerder heeft ziekgemeld gecorrigeerd van 13 januari 2013 naar 16 januari 2013. De andere opmerkingen die eiseres heeft gemaakt zijn volgens [naam va b&b] toevoegingen die niet over feitelijke onjuistheden gaan. Hij zag dus geen reden om ook op dat punt correcties of aanvullingen in zijn rapport van 13 februari 2025 aan te brengen. Eiseres heeft geen concrete argumenten aangevoerd waaruit blijkt dat [naam va b&b] meer had moeten corrigeren. Ook dit beroep slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

9 De rechtbank zal de beroepen ongegrond verklaren. Dat betekent dat eiseres het griffiegeld niet terug krijgt. Ook is er geen aanleiding om een partij in de proceskosten te veroordelen.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.G. Wijtsma, rechter, in aanwezigheid van

mr. E.A. Ruiter, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 16 juli 2026.

griffier
rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Aangehaalde artikelen