Rb. Noord-Nederland 30 juni 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:2618

Deze uitspraak gaat over de afwijzing door NCG van de aanvraag van eiser bij het ‘meldpunt kosten versterking’. Eiser heeft in 2016 met de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) een vaststellingsovereenkomst gesloten. De woning van eiser is na deze vaststellingsovereenkomst gesloopt en (op)nieuw gebouwd. Tussen eiser en NAM is overeengekomen dat eiser voor de sloop-nieuwbouw zelf een bedrag van € 120.000 zou betalen. Eiser heeft zich op 9 februari 2024 bij de NCG gemeld en verzocht om een vergoeding van deze € 120.000. Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. De rechtbank stelt in deze uitspraak vast dat dat er naar aanleiding van een door eiser genoemde motie uit 2022 geen wet of beleidsregel is gemaakt om te voorzien in een specifieke schadevergoedingsregeling. De rechtbank komt tot de conclusie dat het beroep gegrond is, omdat NCG het bezwaar niet-ontvankelijk had moeten verklaren. De rechtbank verklaart zich verder onbevoegd om van het verzoek om schadevergoeding kennis te nemen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken