Rb. Noord-Nederland 25 juni 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:2475
Rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, heeft op 25 juni 2026 een vonnis gewezen in de zaak tegen een man die wordt verdacht van poging tot doodslag, mishandeling, verkrachting en vernieling. De rechtbank komt tot de conclusie dat verdachte een aanmerkelijke kans op de dood van aangeefster in het leven heeft geroepen door met kracht de keel van aangeefster dicht te knijpen, waarbij verdachte gebruik heeft gemaakt van beide handen en druk heeft uitgeoefend op het strottenhoofd met zijn duimen. Gelet op de aard van de gedragingen, de duur daarvan en de wijze waarop deze zijn uitgevoerd, moet verdachte zich bewust zijn geweest van deze aanmerkelijke kans. Daarbij betrekt de rechtbank ook dat verdachte het geweld niet uit eigen beweging heeft beëindigd, maar daarmee pas is gestopt toen de politie arriveerde. Hieruit leidt de rechtbank af dat verdachte is doorgegaan met zijn handelen en daarmee heeft hij de aanmerkelijke kans op de dood van aangeefster bewust aanvaard. Aangeefster heeft uitdrukkelijk aangegeven dat zij geen seks wilde en was aan het huilen. Door zijn vingers in haar vagina te brengen heeft verdachte opzettelijk de ontbrekende wil bij aangeefster genegeerd. De rechtbank is, net als de deskundigen, van oordeel dat behandeling van verdachte noodzakelijk is om het als hoog ingeschatte recidivegevaar terug te dringen. Gelet op het recidiverisico en de problematiek van verdachte acht de rechtbank, in tegenstelling tot de verdediging, behandeling buiten het kader van tbs niet passend en ontoereikend. Alles afwegende acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden, met aftrek van de reeds ondergane voorlopige hechtenis, passend en geboden. Risico’s ten aanzien van de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen kunnen met de tbs met voorwaarden in die zin mogelijk beperkt ondervangen worden. Gelet hierop acht de rechtbank het noodzakelijk om de GVM als bedoeld in artikel 38z Sr op te leggen. De rechtbank acht voorts, gelet op het grote risico op herhaling, ter voorkoming van strafbare feiten ook een contact- en locatieverbod noodzakelijk in de vorm van een vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38v Sr, zoals geëist door de officier van justitie.
De uitspraak op rechtspraak.nl