Rb. Noord-Nederland 29 april 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:1544
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 29 april 2026 de vordering van de officier van justitie ex artikel 22 WWETC tot het opleggen van gijzeling afgewezen. De rechtbank heeft geoordeeld dat het enkele feit dat aan veroordeelde een betalingsverplichting ter ontneming van wederrechtelijk voordeel is opgelegd, waaraan nog niet is voldaan, niet meebrengt dat reeds op die grond geoordeeld kan worden dat sprake is van betalingsonwil. Daarvoor dient sprake te zijn van bijkomende omstandigheden waaruit meer concreet kan volgen dat veroordeelde kan beschikken over mogelijkheden om, al dan niet via een afbetaling, aan de betalingsverplichting te voldoen. De rechtbank is van oordeel dat veroordeelde de stellingen van de officier van justitie dat sprake is van betalingsonwil voldoende heeft weerlegd en mede daardoor aannemelijk heeft gemaakt dat hij buiten staat is te voldoen aan de verplichting tot betaling.
De uitspraak op rechtspraak.nl