Rb. Noord-Nederland 29 april 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:1542
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 29 april 2026 het beroep op grond van artikel 39 van de WWETGC ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat het toepassen van een eventueel dwangmiddel bij de tenuitvoerlegging van een in een andere staat opgelegde straf of maatregel niet onder één van de weigeringsgronden genoemd in artikel 19 Verordering 2018/1805 valt. Daarnaast ziet de rechtbank in de beslissing van het Hof van Justitie van 10 januari 2019 de bevestiging dat het kaderbesluit 2006/783 op juiste wijze in de Nederlandse wetgeving is geïmplementeerd en dat artikel 22 van de WWETGC rechtsgeldig is.
De uitspraak op rechtspraak.nl