Rb. Noord-Nederland 29 april 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:1541

De rechtbank Noord-Nederland heeft op 29 april 2026 het beroep op grond van artikel 39 van de WWETGC ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat niet is gebleken dat ten aanzien van het geding leidend tot de confiscatiebeslissing sprake is geweest van een manifeste schending van een grondrecht. Ook heeft de rechtbank geoordeeld dat uit het recht niet volgt dat overschrijding van een bepaald tijdverloop tussen het onherroepelijk worden van het vonnis en de tenuitvoerlegging daarvan, in strijd is met een goede procesorde of rechtsorde, afgezien van de bij de wet geregelde (executie) verjaring.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen