Rb. Noord-Nederland 7 februari 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:930

Het beroep gaat over de afwijzing van de aanvraag om jeugdhulp op grond van de Jeugdwet (Jw) van een minderjarig kind met ernstige medische problematiek. Hangende het beroep is een onafhankelijk medisch rapport uitgebracht, waarbij het college de vraag heeft voorgelegd of en zo ja hoeveel jeugdhulp er eiseres nog nodig was in de periode in geding. Geconcludeerd werd dat de voor eiseres benodigde ondersteuning een aanspraak op de Zvw mogelijk maakt. Daarmee is de inzet van een jeugdwetvoorziening conform het stappenplan niet aan de orde. Namens eiseres wordt in reactie op het medisch advies aangevoerd dat zijn conclusie, dat voor eiseres gezien haar leeftijd (naast geneeskundige hulp vanuit de Zvw) geen jeugdhulp nodig, was niet draagkrachtig is gemotiveerd en dat het advies op dit punt niet concludent is. De mate en intensiteit waarin eiseres constant in de gaten moet worden gehouden, daarnaar moet worden gehandeld en moet worden gestimuleerd, gaat veel verder dan bij een jong kind zonder haar ernstige problematiek, waarbij lang niet alle hulp direct te relateren is aan geneeskundige zorg zoals bedoeld in de Zvw. Verder wordt onder meer een beroep gedaan op drie recente uitspraken van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 29 mei 2024. Hieruit volgt dat, zover het college refereert aan ‘gebruikelijke zorg’, het besluitvormingskader daarvan in de Verordening moet zijn uitgewerkt. De rechtbank is van oordeel dat met de twee Verordeningen Jeugdhulp Hoogeveen die golden in de periode in geding, de opdracht van artikel 2.9 van de Jw onvoldoende ten uitvoer is gelegd. Het beroep op de uitspraken van de CRvB van 29 mei 2024 slaagt. De Verordening biedt geen kader als in dat artikel bedoeld. In de Verordening is niet bepaald op welke wijze het onderzoek wordt verricht, is niet geregeld wat de voorwaarden zijn voor toekenning van en afwegingsfactoren bij een individuele voorziening. Verder bevat de Verordening in het geheel geen bepalingen over de wijze waarop de toegang tot en de toekenning van een individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van, voor zover hier van belang, zorg op grond van de Zvw. Het voorgaande betekent dat het bestreden besluit wegens een gebrek in de Verordening niet berust op een deugdelijke wettelijke grondslag en in strijd is met de wet. Het beroep is daarom gegrond. Het bestreden besluit komt reeds hierdoor voor vernietiging in aanmerking. Het beroep is dan ook gegrond. Hetgeen overigens is aangevoerd, behoeft hierdoor geen verdere bespreking meer. De rechtbank ziet geen aanleiding de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten of zelf in de zaak te voorzien, omdat de regels waarbinnen de beoordeling plaats dient te vinden ontbreken. Het college zal - met inachtneming van wat in deze uitspraak is overwogen – een nieuw besluit op bezwaar moeten nemen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken