Rb. Noord-Nederland 9 oktober 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:5621
Het college heeft tot invordering over kunnen gaan. Hetgeen eiseres daartegen aangevoerd heeft, is geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen. Eiseres is niet opgekomen tegen de oplegging van de last onder dwangsom en deze staat daarom in rechte vast. Eiseres komt geen beroep toe op het uitzonderingsgeval als bedoeld in de uitspraak van de Afdeling van 27 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:466, omdat niet aan de voorwaarden voor toepassing van het uitzonderingsgeval wordt voldaan. Op basis van het dossier heeft het college een overtreding van artikel 1a, eerste lid, van de Woningwet aan kunnen nemen. Eiseres is ook overtreder van die norm, omdat zij als eigenaar normadressaat van artikel 1a, eerste lid, van de Woningwet is. Eiseres heeft er evenmin (gerechtvaardigd) op mogen vertrouwen dat het college de begunstigingstermijn heeft willen verlengen. Er zijn tot slot geen bijzondere omstandigheden die het college aanleiding hadden moeten geven om van invordering af te zien.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 3 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2645
- ABRvS 17 januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:133
- ABRvS 21 juni 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2424
- ABRvS 31 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2067
- ABRvS 15 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1050
- ABRvS 15 februari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:579
- ABRvS 27 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:466
- ABRvS 6 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1855