Rb. Noord-Nederland 18 november 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:4716
Vervolg op de beschikking van 6 november 2025 (ECLI:NL:RBNNE:2025:4600). De rechter heeft met de in het gezinshuis geplaatste kinderen gesproken. Zij hebben verklaard, samengevat weergegeven, dat de mishandelingen begonnen zijn ongeveer een maand na hun plaatsing, nu ongeveer drie jaar geleden. Ze vertelden dat zij stelselmatig zijn geslagen met vuist of vlakke hand, wanneer zij in de ogen van de gezinshuismoeder of haar partner iets verkeerd deden, en zij hebben ook verteld over fysieke correcties in de vorm van oor trekken of draaien. Ook meldden zij dat de hond hen mocht bijten; bij het meisje was daarvan een verse en forse wond zichtbaar, bij het jongetje een litteken. De kinderen gaven aan dat zij met deze verwondingen niet naar de huisarts mochten en dat over de hondenbeten niet gesproken mocht worden. Verder vertelden ze dat ze verplicht huishoudelijke taken en werkzaamheden op de boerderij moesten verrichten, die niet anders kunnen worden uitgelegd dan als ontoelaatbare kinderarbeid. Het ging daarbij om het opruimen van dode dieren, uitmesten van hokken, stalarbeid en schoonmaakwerkzaamheden. Als deze taken niet op tijd klaar waren, moesten zij voor straf een maaltijd overslaan.
De uitspraak op rechtspraak.nl