Rb. Noord-Nederland 24 september 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:3893

Beroep op artikel 39 WWETGC. Alvorens tot erkenning over te gaan is aan de uitvoerenden autoriteit opheldering gevraagd over de hoogte van het ten uitvoer te leggen bedrag. De correspondentie hieromtrent betreft een aanvulling op het certificaat, waardoor het certificaat niet onvolledig of onjuist is. Er is geen sprake van materiële toetsing. De toetsing blijft in essentie beperkt tot het toetsen of er weigeringsgronden van toepassing zijn. Ook wordt niet de eis gesteld dat een veroordeelde van het voornemen van de overdracht aan een andere lidstaat ten behoeve van de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van geldelijke sancties op de hoogte wordt gesteld. Het beroep is ongegrond verklaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken