Rb. Noord-Nederland 23 juli 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:2982

Partijen twisten over de vraag of door de rechtsvormwijziging van Stichting Kinderoord naar de besloten vennootschap Kinderoord B.V. het voorkeursrecht (inhoudende een aanbiedingsplicht) in werking is getreden zoals dat staat opgenomen in artikel 12 van de akte van 11 december 1969. De rechtbank heeft geoordeeld dat als gevolg van de omzetting van de stichting Kinderoord in Kinderoord B.V. onvoldoende (juridisch) gewaarborgd wordt dat de exploitatie (in de toekomst) blijft zoals in artikel 7a van de akte is vastgelegd, waardoor de aanbiedingsplicht is gaan gelden en die vordering is toegewezen. De door het Ittersumfonds gevorderde boetes vanwege overtreding van artikel 7 en artikel 12 van de akte van 11 december 1969 worden afgewezen, omdat de feitelijke exploitatie (door derden) in de beoordeelde gevallen in overeenstemming is met die doelstelling uit artikel 7a en dat ook in die gevallen voldoende geborgd was.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken