Rb. Noord-Nederland 16 juli 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:2828
Deze zaak gaat over de vraag of de curator in het faillissement van een VOF het faillissementstekort en het onbetaalde deel van zijn salaris ter verificatie kan indienen in de WSNP van de vennoten, en tegen welke rang. De rechtbank oordeelt dat de curator (q.q.) een concurrente vordering tot aanzuivering van het tekort heeft op elk van de vennoten tot diens aandeel in de vennootschap. De curator (pro se) heeft een concurrente vordering op de vennoten voor het onbetaalde deel van het salaris.
De uitspraak op rechtspraak.nl