Rb. Noord-Nederland 22 januari 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:202
Interlandelijke adoptie en schending van kinderrechten. Kinderrechtenverdrag gaat voor Nederlandse wet- en regelgeving. Deze zaak draait om een jongen van ongeveer vijftien jaar, die op jonge leeftijd door een vrouw naar Nederland is gebracht, met de bedoeling hem hier te adopteren. De rechter richt zich bij de beoordeling uitsluitend op de belangen van de minderjarige, die op jonge leeftijd naar Nederland is gebracht en sindsdien in de overtuiging leeft dat hij door de vrouw is geadopteerd. De rechter overweegt dat afwijzing van het verzoek tot erkenning van de adoptie tot een voor de minderjarige onmenselijke situatie leidt, die hieruit bestaat dat hij vanuit het vreemdelingenrecht niet meer is dan alleenstaande minderjarige die niet rechtmatig in Nederland is en over wie geen gezag wordt uitgeoefend. De minderjarige bovendien kan elk moment in vreemdelingendetentie opgesloten worden 'ter fine van uitzetting' en hij kan een terugkeerbesluit en inreisverbod krijgen. De rechter erkent om al deze redenen de adoptie van de minderjarige, ondanks de in de beschikking geduide juridische en administratieve complicaties.
De uitspraak op rechtspraak.nl