Rb. Noord-Nederland 12 mei 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:1776
Kort geding. Artikel 3:33 en 3:35 BW, artikel 2 en 5 Hnw en rechtsverwerking. Vordering tot nakoming mondeling gesloten koopovereenkomst wordt afgewezen. In kort geding is onvoldoende aannemelijk geworden dat die koopovereenkomst tot stand is gekomen. Ook de vordering tot staking gebruik van het kenmerkende deel van de handelsnaam van eiseres wordt afgewezen. Dit kenmerkende deel van de handelsnaam heeft gedaagde rechtsgeldig gekocht van de curator in het faillissement van de dochtervennootschap van eiseres. Het is niet aannemelijk geworden dat eiseres een ouder recht heeft op dit kenmerkende deel van de handelsnaam. Vordering tot het gedogen van het gebruik door eiseres van een gehuurd pand en bijbehorend terrein wordt eveneens afgewezen. Voor zover eiseres het door haar dochtervennootschap gehuurde pand en bijbehorende terrein gebruikte, heeft zij haar recht verwerkt om zich jegens de rechtsopvolger van haar dochtervennootschap op dit gebruiksrecht te beroepen.
De uitspraak op rechtspraak.nl