Rb. Noord-Nederland 14 april 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:1443
De rechtbank veroordeelt verdachte wegens het medeplegen van oplichting (meermalen), poging tot oplichting, het valselijk bekleden van een ambt, gekwalificeerde diefstal in vereniging (meermalen) en witwassen tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk en met een proeftijd van drie jaren. De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij, samen met anderen, op doortrapte en slinkse wijze sieraden en geld afhandig heeft gemaakt van de vele slachtoffers. Slachtoffers die naar het oordeel van de rechtbank niet willekeurig, maar op basis van hun hoge leeftijd en het feit dat zij alleenstaand waren werden uitgekozen. De gestolen sieraden waren vaak erfstukken of behoorden toe aan de overleden partner van het slachtoffer. De rechtbank vindt het stuitend dat verdachte puur heeft gehandeld vanuit zijn eigen behoefte aan geld en zich kennelijk niets heeft aangetrokken van de financiële en psychische schade waarmee hij de vele slachtoffers opzadelde.
De uitspraak op rechtspraak.nl