Rb. Noord-Nederland 15 februari 2024, ECLI:NL:RBNNE:2024:442

De rechtbank veroordeelt de minderjarige verdachte wegens het overtreden van artikel 5a, artikel 6 (roekeloos), artikel 8 lid 3 onderdeel a jo. lid 4 en artikel 110 WVW 1994 tot een werkstraf van 80 uren en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen van één jaar. Verdachte heeft zich zodanig gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden. Verdachte is, terwijl hij onder invloed was van alcohol en niet over een rijbewijs beschikte, in de auto van zijn ouders gestapt. Vervolgens is hij met een telefoon in zijn hand gaan rijden en met meer dan 100 km/uur op een kruising afgereden, terwijl daar een maximumsnelheid van maar 30 km/uur gold. Hij verleende vervolgens geen voorrang aan de voor hem van rechts komende auto met daarin de twee slachtoffers. Als gevolg daarvan ontstond er een botsing. Door het vertonen van dergelijk roekeloos rijgedrag heeft verdachte de verkeersveiligheid ernstig in gevaar gebracht. Verdachte heeft onaanvaardbare risico’s genomen en heeft daarbij geen oog gehad voor zijn bijrijder en de andere verkeersdeelnemers. Door dit ongeval heeft één slachtoffer zwaar lichamelijk letsel opgelopen en het andere slachtoffer zodanig lichamelijk letsel opgelopen, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan. Dat alle betrokkenen het ongeluk hebben overleefd, mag een wonder heten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken