Rb. Noord-Nederland 10 oktober 2024, ECLI:NL:RBNNE:2024:4287
Zorgmachtiging na zelfbindingsverklaring. Verweer dat op het moment van de beoordeling van het verzoek zorgmachtiging geen sprake is van ernstig nadeel. Gelet op artikel 4:1 lid 2 sub a Wvggz wordt in de zelfbindingsverklaring beschreven onder welke omstandigheden verplichte zorg aan betrokkene moet worden verleend om ernstig nadeel te voorkomen. Dat brengt naar het oordeel van de rechtbank mee dat voor het verlenen van een zorgmachtiging op basis van een zelfbindingsverklaring het ernstig nadeel zich op moment van de beoordeling van het verzoek zorgmachtiging nog niet voor hoeft te doen, maar dat het wel (ten minste) moet dreigen, gelet op hetgeen betrokkene hierover in de zelfbindingsverklaring aan omstandigheden heeft omschreven. De rechtbank stelt vast dat deze omstandigheden zich voordoen. Verzoek toegewezen voor (verzochte) duur van 6 maanden.
De uitspraak op rechtspraak.nl