Rb. Noord-Nederland 27 september 2024, ECLI:NL:RBNNE:2024:3927

Betreft hoger beroep van WSNP-schuldenaar tegen een beschikking van de rechter-commissaris. Verzoek om looptijd WSNP te verkorten met het oog op voorafgaand aan toelating in minnelijk traject gedane aflossingen. Bij toelating geen verzoek gedaan om eerdere ingangsdatum te bepalen. De rechtbank is oordeel dat de omstandigheid dat bij toelating geen verzoek ex artikel 349a lid 1 Fw is gedaan in beginsel niet afdoet aan de bevoegdheid van de rechter-commissaris om op grond van een later verzoek ex artikel 349a lid 2 Fw te besluiten tot verkorting van de looptijd. Het is aan de rechter-commissaris om te beoordelen of en onder welke voorwaarden een dergelijk verzoek wordt toegewezen. In dit geval terecht afgewezen, onder meer omdat het verzoek onvoldoende was onderbouwd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken