Rb. Noord-Nederland 31 januari 2024, ECLI:NL:RBNNE:2024:231

Aansprakelijkheid vervoerder en haar verzekeraar voor schade ontstaan aan een distributiecentrum door brand in een vrachtwagen die stond ingeparkeerd om te worden geladen. Uit de aard van de verbintenis - het vervoer van goederen - vloeit voort dat op de vervoerder ook de verbintenis rustte om de vrachtwagen ter beschikking te stellen voor laden en lossen, met geschikt materiaal. De stelplicht en bewijslast van de stelling dat de vrachtwagencombinatie een ongeschikte zaak is, rusten in dit geval op de verzekeraar van het distributiecentrum als de partij die een beroep doet op het gebruik van een ongeschikte zaak. Zij doet dat in het kader van de onderbouwing van haar eigen stelling dat de vervoerder is tekortgekomen in de nakoming van een verbintenis. Dan geldt, anders dan in de situatie dat de schuldenaar een beroep doet op overmacht vanwege de ongeschiktheid van een hulpzaak, dat op haar de stelplicht en bewijslast rusten. Aan de stelplicht is voldaan: gebleken is dat de vervoerder is vervolgens tekortgeschoten door een ongeschikte hulpzaak te gebruiken. Uit het deskundigenrapport volgt immers dat het meest waarschijnlijk is dat de brand in de vrachtwagen is ontstaan door een elektrische sluiting in de op het accupakket aangesloten massakabel. Deze tekortkoming is toerekenbaar. Het gaat om factoren die samenhangen met de uitvoering van de opdracht, wat rechtvaardigt dat het nadeel voor de vervoerder komt. Zij moet de schade vergoeden en heeft het beroep op eigen schuld van het distributiecentrum onvoldoende onderbouwd. De schade moet worden verminderd met de restwaarde die aan de huismerkartikelen had moeten worden toegekend. De verzekeraar van het distributiecentrum moet die waarde bij akte nader onderbouwen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken