Rb. Noord-Nederland 28 maart 2024, ECLI:NL:RBNNE:2024:1214
Inzageverzoek in de zin van artikel 15 van de AVG in het kader van een individueel ambtsbericht zoals uitgebracht gedurende de verblijfsprocedure van eiser. De rechtbank komt tot het oordeel dat geen aanleiding bestaat tot het stellen van prejudiciële vragen aan het HvJEU over de verhouding tussen de procedure op grond van artikel 8:29 van de Awb en het recht op een eerlijk proces in de zin van artikel 47 van het EU-Handvest. De rechtbank komt verder tot het oordeel dat het beroep gegrond is. Daartoe is van belang dat de minister de weigering de identiteit van de ontvanger(s) te verstrekken in dit geval onvoldoende heeft gemotiveerd. Ook verder voldoet het door de minister verstrekte verwerkingsoverzicht niet aan (het doel van) artikel 15 van de AVG.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 22 februari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:709
- ABRvS 1 februari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:394
- ABRvS 11 mei 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1267
- ABRvS 2 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:647
- ABRvS 2 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:649
- ABRvS 3 maart 2021, ECLI:NL:RVS:2021:452
- ABRvS 10 juni 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1367
- HR 14 september 2007, ECLI:NL:HR:2007:BB3489
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2013:363
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2023:3