Rb. Noord-Nederland 2 maart 2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:521

Eiser heeft bij zijn aangifte IB/PVV 2014 giften in aftrek gebracht. Het gaat om onder meer een gewone gift van € 900 en een periodieke gift van € 1.500 aan dezelfde stichting. De gewone gift betreft de schenking van vrijwilligersvergoeding voor 40 weken á 5 uur per week á € 4,50 per uur. De periodieke gift is vastgelegd in een overeenkomst, ingaande op 1 januari 2014. De inspecteur heeft de giften niet in aftrek toegelaten. De rechtbank komt tot het oordeel dat voor de gewone gift niet is voldaan aan de voorwaarde van artikel 6.36, eerste lid, onderdeel c van de Wet IB 2001. Uit de bankafschriften van de stichting blijkt dat de stichting ultimo 2014 € 685,24 op de bankrekening had staan. Eiser had ter zitting verklaard dat er in 2014 minimaal 20 vrijwilligers werkzaam waren bij de stichting waarvan een groot aantal ook een vrijwilligersvergoeding ontving. Daarom is het niet aannemelijk dat de stichting de vrijwilligersvergoeding van € 900 aan eiser had kunnen betalen. Ter onderbouwing van de betaling van de periodieke gift heeft eiser een kwitantie overgelegd, maar de kwitantie vermeldt niet de naam van de persoon die het bedrag in ontvangst heeft genomen (enkel een stempel van de stichting met daardoorheen een handtekening). De rechtbank oordeelt dat de kwitantie om die reden onvoldoende is om de betaling van de gift door eiser aannemelijk te achten. Eiser stelt het bedrag op 27 maart 2014 van zijn neef te hebben geleend, maar er zijn geen pinopnames waaruit terugbetaling blijkt. Daarmee is ook niet komen vast te staan dat de gift op eiser heeft gedrukt. Eiser heeft ter zitting het vermoeden geuit dat zijn aangiftes extra aandacht krijgen, omdat hij tussen 2012 en 2020 stond opgenomen in de FSV, maar hij heeft niet gemotiveerd gesteld dat de controle van zijn aangifte voortvloeide uit een risicoselectie, een verwerking van persoonsgegevens in een databank of een gebruik van een databank waarin persoonsgegevens zijn opgeslagen, op basis van een criterium dat jegens hem leidt tot een schending van een grondrecht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken