Rb. Noord-Nederland 12 oktober 2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:4188
Beroep op grond van artikel 39 van de WWETGC. Artikel 19 lid 1 onder h Verordening 2018/1805 ziet op het onderliggende rechtsgeding, niet op de tenuitvoerlegging van de beslissing. Een beroep op overschrijding redelijke termijn door 7,25 jaar te wachten met de executie kan daarom niet slagen. Het verweer dat er niet voldaan is aan het beginsel van noodzakelijkheid wordt verworpen. De uitvaardigende staat bepaalt zelf of er sprake is van noodzakelijkheid en evenredigheid en de uitvoerende staat mag de erkenning op die grond niet weigeren. Op het moment van erkenning door de officier van justitie was het recht op tenuitvoerlegging nog niet verjaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl