Rb. Noord-Nederland 27 september 2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:3493

Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; de rechtbank verklaart het beroep tegen de vermindering van huishoudelijke hulp ongegrond: het nieuwe beleid van de gemeente is redelijk. Verder is er geen strijd met Europees recht. In de eerste plaats heeft de rechtbank besloten dat het beroep niet te laat is: de gemeente heeft geen verzendadministratie. Daarom kan zij niet aantonen dat het besluit is verstuurd op de verzenddatum die erop staat. Het beroep is ontvankelijk. Verder heeft de gemeente op basis van haar nieuwe beleid eisers uren voor huishoudelijke hulp verminderd. Daarbij heeft zij aangesloten bij het zogenaamde HHM-normenkader. Dat kader is al goedgekeurd door de Centrale Raad van Beroep. De rechtbank vindt het nieuwe beleid redelijk. Ook heeft de gemeente goed uitgelegd waarom voor de schoonmaak van de “kamer niet in gebruik” (eisers hobbykamer) een schoonmaak van vijf minuten per week voldoende is. Eiser heeft niet voldoende gemotiveerd waarom hij met de nieuwe indicatie niet toe kan. Het besluit van de gemeente is ten slotte niet in strijd met artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden. Dat Protocol stelt eisen aan de mogelijkheid van de overheid om inbreuk te maken op iemands eigendom. Onder “eigendom” valt ook het recht op huishoudelijke hulp. De inbreuk moet op de wet berusten en in het algemeen belang zijn. Verder moet er evenwicht zijn tussen het algemeen belang en de bescherming van de grondrechten van het individu. Daarbij heeft de overheid wel een ruime beoordelingsmarge. De rechtbank vindt dat het besluit van de gemeente aan al deze eisen voldoet. Daarom is het beroep ontvankelijk, maar ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken