Rb. Noord-Nederland 1 september 2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:3313
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag om een vastgoedverbeteringssubsidie. Tussen partijen is in geschil of verweerder in redelijkheid vastgoedverbeteringssubsidie heeft kunnen weigeren ten behoeve van het pand van eiser, omdat dat pand is gelegen buiten het “kernwinkelgebied” van die plaats, zoals dat begrip is gedefinieerd in de “Subsidieregeling Plus op 4 centrumplannen Het Hogeland (2019)” (de Subsidieregeling). De Subsidieregeling is een besluit dat algemeen verbindende voorschriften bevat. Ten tijde van de publicatie werd bekendmaking van een dergelijk besluit beheerst door artikel 139 van de Gemeentewet. De litigieuze bijlage bevat de verbeelding van het kernwinkelgebied van Uithuizen, zoals bedoeld in artikel 1, onder j. van de Subsidieregeling. Tussen partijen is niet in geschil dat de bijlage geen deel uitmaakt van de publicatie gedateerd 28 januari 2020. In geschil is of daaraan rechtens gevolgen moeten worden verbonden en, zo ja, welke gevolgen dat zijn. Voor het antwoord op die vraag is ook van belang of er een relevante betekenis toekomt aan de latere publicatie van de Subsidieregeling, inclusief de litigieuze bijlage, gedateerd 19 augustus 2022. Op 1 juli 2021 is de Wet elektronische publicaties (Stb. 2020, 262) in werking getreden. Bekendmakingsvoorschriften zijn van de Gemeentewet overgeheveld naar de Bekendmakingswet. Artikel 28 van de integraal gepubliceerde regeling bepaalt dat de regeling in werking treedt op de dag na bekendmaking daarvan, in dit geval 20 augustus 2022. Het bestreden besluit is evenwel eerder genomen, op 18 januari 2022. Daarom komt bij de te maken beoordeling geen relevante betekenis toe aan de publicatie in het Gemeenteblad die is gedateerd 19 augustus 2022. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit artikel 139 van de Gemeentewet dat de verbeelding van het kernwinkelgebied zoals opgenomen in de litigieuze bijlage ten tijde van het bestreden besluit onverbindend was, omdat die bijlage toen nog niet in het gemeenteblad gepubliceerd was (vgl. rov. 2.2. van ECLI:NL:GHAMS:2002:AE5494, www.rechtspraak.nl). Dat betekent dat deze bijlage – juridisch bezien – geen werking had ten tijde van het bestreden besluit. Verweerder heeft de aanvraag niet kunnen afwijzen zoals hij heeft gedaan bij het bestreden besluit. Voor een dergelijke afwijzing bestond immers pas vanaf 20 augustus 2022 een toereikende wettelijke grondslag. Eiser voert verder aan dat hij zich niet kan verenigen met verweerders weigering om de hardheidsclausule toe te passen. De rechtbank is van oordeel dat de beroepsgrond slaagt. Uit de formulering van artikel 27 van de Subsidieregeling concludeert de rechtbank dat de hardheidsclausule kan worden toegepast op de gehele regeling, in de zin dat het begrip “kernwinkelgebied” niet is uitgezonderd. Subsidieverlening aan ondernemingen die niet in het kernwinkelgebied zijn gevestigd is daarmee niet uitgezonderd. Inherent aan de toepassing van de hardheidsclausule is dat wordt afgeweken van de gestelde voorwaarden. Had verweerder dat willen voorkomen, dan had hij het begrip “Kernwinkelgebied” behoren uit te zonderen voor de toepassing van de hardheidsclausule. Het voorgaande laat evenwel onverlet dat verweerder beoordelingsruimte heeft als het gaat om het antwoord op de vraag of hij die hardheidsclausule daadwerkelijk toepast in een concreet geval. Voor de onderhavige zaak ligt het in de rede dat verweerder beziet hoe de weigering van de subsidie voor déze ondernemer in dít concrete geval uitpakt. Eiser stelt dat uit de Subsidieregeling noch uit de motivering van het bestreden besluit blijkt dat rekening is gehouden met de negatieve gevolgen voor ondernemers zoals hij. Die negatieve gevolgen betreffen zijn concurrentiepositie. De rechtbank is van oordeel dat de beroepsgrond slaagt. Gelet op het bestreden besluit heeft verweerder in essentie ermee volstaan te overwegen dat de onderneming van eiser niet in het kernwinkelgebied is gevestigd. Zodoende is geen heroverweging “in volle omvang” uitgevoerd die zowel ziet op rechtmatigheid als doelmatigheid. Veeleer heeft verweerder zich beperkt tot het antwoord op de vraag of hij in redelijkheid geen toepassing heeft hoeven geven aan de hardheidsclausule. Verweerder had óók moeten ingaan op de overige bezwaargronden, waaronder die over de concurrentiepositie van eiser. Dat moet hij alsnog doen in het besluit dat hij moet nemen ter uitvoering van deze uitspraak, tenzij die bezwaargronden door eiser uitdrukkelijk zouden worden prijsgegeven. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
De uitspraak op rechtspraak.nl