Rb. Noord-Nederland 25 mei 2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:1713

Toekenning overlastvergoeding aan huurder na mijnbouwschade De rechtbank volgt eiseres niet in haar stelling dat verweerder heeft gehandeld in strijd met het gelijkheidsbeginsel door aan haar € 500,- overlastvergoeding toe te kennen, in plaats van € 1.000,-. In de Procedure en werkwijze is opgenomen dat de overlastvergoeding voor de eigenaren gezamenlijk wordt vastgesteld op een bedrag van € 500,- indien de fysieke schade het bedrag van € 10.000,- te boven gaat. Ook is opgenomen dat indien het gebouw wordt verhuurd ten behoeve van bewoning een overlastvergoeding aan de huurders gezamenlijk van € 250,- kan worden toegekend. De rechtbank acht dit beleid en de daarin opgenomen onderscheid niet kennelijk onredelijk. De rechtbank betrekt daarbij – hetgeen tussen partijen ook niet in geschil is – dat de eigenaar van de woning in de schadevergoedingsprocedure een andere positie inneemt dan de huurder. Zo heeft een huurder geen onzekerheid over de staat van zijn eigendom of vermogen. Ook is de huurder niet zelf belast met het doen van een schadevergoedingsaanvraag en met het doorlopen van de schadevergoedingsprocedure en de eventueel daaropvolgende bezwaar- en (hoger) beroepsprocedures. Dat een huurder ook ongemak ervaart door (onvoldoende herstel van) fysieke schade aan zijn woning maakt dit onderscheid niet anders. Van gelijke gevallen is reeds daarom geen sprake. Naar het oordeel van de rechtbank is hier geen sprake van handelen in strijd met het evenredigheidsbeginsel, dan wel met het verbod op détournement de pouvoir. Gelet op het hiervoor benoemde onderscheid tussen eigenaren en huurders, is niet onevenredig dat een huurder andere gevolgen van een besluit tot toekenning van een overlastvergoeding ervaart dan een eigenaar. Anders dan eiseres stelt, kent de Procedure en werkwijze voor het toekennen van een overlastvergoeding geen onderscheid tussen huurders onderling. Uit dat beleid volgt niet dat de (hoogte van de) overlastvergoeding wordt bepaald door de vraag of een huurder huurt van een particuliere woningeigenaar of van een woningcorporatie. Dat woningcorporaties een convenant met verweerder hebben gesloten over de afhandeling van schade aan hun woningbezit, brengt geen verandering aan in wat in de Procedure en werkwijze staat over (het recht op) een overlastvergoeding. Dat convenant bevat puur uitvoeringsafspraken tussen verweerder en die corporaties. Van het toepassen van bevoegdheden uit de Procedure en werkwijze voor andere doelen dan waarvoor die zijn verleend, is daarom geen sprake. In het licht van het voorgaande overweegt de rechtbank dat verweerder in hetgeen eiseres heeft aangevoerd in redelijkheid geen aanleiding heeft hoeven zien om van zijn beleid af te wijken. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen