Rb. Noord-Nederland 20 mei 2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:1682
Bij de aangiftes IB/PVV over de jaren 2015 tot en met 2018 brengt eiser jaarlijks ziektekosten in aftrek. De aanslagen 2015 tot en met 2017 worden conform de aangiftes vastgesteld. Bij het vaststellen van de aanslag 2018 stelt de inspecteur vragen over de zorgkosten, maar daarop wordt door eiser niet gereageerd. De inspecteur stelt de aanslag 2018 vast in afwijking van de aangifte en accepteert de aftrek zorgkosten niet. De inspecteur controleert vervolgens ook de jaren 2015 tot en met 2017 en stelt het verzamelinkomen voor die jaren vast bij correctiebeschikkingen. Eiser stelt zich op het standpunt dat de inspecteur de aangiftes achteraf alleen heeft gecontroleerd op basis van etnische profilering en dat de correcties daarom van tafel moeten. Eiser wordt bij tussenuitspraak in de gelegenheid gesteld zijn standpunt nader te motiveren door middel van stukken. Eiser brengt brieven in die aan een aantal cliënten van eisers belastingconsulent zijn gestuurd over de reden van opname in het FSV. Een brief met betrekking tot eiser zelf ontbreekt. De stukken vormen naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwing voor de stelling dat verweerder de controle alleen heeft gebaseerd op etnische profilering. Het beroep is wel gegrond, omdat eiser in beroep alsnog onderbouwing levert van een deel van de specifieke zorgkosten.
De uitspraak op rechtspraak.nl