Rb. Noord-Nederland 2 maart 2021, ECLI:NL:RBNNE:2021:651

Eiser is in 2002 door de bank aangesproken voor een schuld van zijn onderneming. Om de schuld te voldoen heeft eiser destijds in privé een lening afgesloten. Eiser lost het laatste deel van die lening af in 2015. In geschil is of en zo ja welke fiscale gevolgen dat heeft. Eiser stelt primair dat de aflossing ten laste van zijn box 1 inkomen moet komen. De rechtbank oordeelt eerst dat eiser in 2002 een regresvordering heeft verkregen op zijn onderneming. Die regresvordering viel in 2002 onder de terbeschikkingstellingregeling. De daarvoor aangegane lening staat dan op de passiefzijde van eisers tbs-balans. Doordat de onderneming in 2005 is opgehouden te bestaan kan na 2005 geen sprake meer zijn van een terbeschikkingstelling. De terbeschikkingstelling is daarom in 2005 geëindigd. De aangegane lening valt daarom per 2006 in box 3. Eisers primaire beroepsgrond slaagt daarom niet. Subsidiair heeft eiser een beroep gedaan op gewekt vertrouwen. Verweerder heeft in de vooraankondiging op zijn uitspraak op eisers bezwaar geschreven dat hij voornemens is eiser in zijn subsidiaire standpunt – het vaststellen van een verlies in box 2 – te volgen. De rechtbank oordeelt dat eiser in rechte te honoreren vertrouwen kan ontlenen aan de uitlating van verweerder in de vooraankondiging. Naar het oordeel van de rechtbank kan de vooraankondiging opgevat worden als een expliciete standpuntbepaling (toezegging) van verweerder aan eiser. Eisers subsidiaire beroepsgrond slaagt. Het beroep is gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken