Rb. Noord-Nederland 29 januari 2021, ECLI:NL:RBNNE:2021:485
De rechtbank constateert dat de bezwaarschriftenadviescommissie mede een doorslaggevende betekenis heeft toegekend aan het feit dat er op het platte dak van het pand van eiseres zonnepanelen zijn aangebracht zodat, volgens de commissie, de voorheen onbelaste kanaalplaten naderhand zijn blootgesteld aan extra belasting, ten gevolge waarvan de platen ten opzichte van elkaar zijn doorgebogen. De geraadpleegde deskundigen hebben in hun rapporten dit verband niet gelegd. Omdat de bezwaarschriftenadviescommissie niet specifiek deskundig is op dit gebied had verweerder naar het oordeel van de rechtbank zijn besluit niet op deze conclusie van de commissie kunnen baseren zonder nader onderzoek te laten doen door een deskundige naar de vraag of de belasting die het gevolg is van de plaatsing van de zonnepanelen inderdaad tot extra doorbuiging van de kanaalplaten zou kunnen leiden. Daarom beroep gegrond. In stand laten van rechtsgevolgen want met deskundigenrapporten in een voldoende hoge mate van zekerheid vast komen te staan, dat de in geding zijnde schade andere uitsluitende oorzaken heeft dan bodembeweging door gaswinning, zodat het bewijsvermoeden ex artikel 6:177a, eerste lid, van het BW overeenkomstig de door verweerder gehanteerde maatstaf is weerlegd.
De uitspraak op rechtspraak.nl