Rb. Noord-Nederland 2 november 2021, ECLI:NL:RBNNE:2021:4730
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belaging van zijn ex-partner gedurende een periode van zeven maanden en diefstal van goederen van zijn ex-partner. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan diefstal van goederen van een buurt- en speeltuinvereniging. De rechtbank neemt bij de strafoplegging in aanmerking dat de bewezen verklaarde feiten verdachte in verminderde mate kunnen worden toegerekend. Alles overwegend is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 360 dagen waarvan 169 dagen voorwaardelijk met een proeftijd voor de duur van 3 jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, passend en geboden is. De rechtbank zal daarnaast de maatregel als bedoeld in artikel 38v Sr voor een periode van drie jaren opleggen, bestaande uit een contactverbod en een gebiedsverbod.
De uitspraak op rechtspraak.nl