Rb. Noord-Nederland 26 april 2021, ECLI:NL:RBNNE:2021:4366

Het verzoek tot beëindiging van het gezag van de moeder en de juridische vader over twee minderjarigen wordt aangehouden voor nader onderzoek door de Raad voor de kinderbescherming omdat het onderzoek heeft plaatsgevonden in een turbulente periode van de moeder en de biologische vader waarin een kindje is geboren dat na 4 maanden is overleden. Het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing wordt toegewezen in verband met ontwikkelingsbedreigingen zoals persoonlijke problematiek moeder en gebrek aan leerbaarheid, pedagogische vaardigheden en ontbreken van structurele omgang tussen de minderjarigen en de moeder en de biologische vader. De biologische vader wordt niet als belanghebbende aangemerkt maar als informant in verband met het ontbreken van gezag en een verzorgingsrelatie. Ten aanzien van één van de minderjarigen is in 2019 de gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap van de juridische vader en de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van de biologische vader uitgesproken. De rechtbank overweegt op basis van artikel 1:207 BW BW dat de (voormalige)juridische vader ten aanzien van die minderjarige daarom geen gezag heeft en verzoekt de Raad zich hierover uit te laten in het aanvullende rapport.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen