Rb. Noord-Nederland 23 september 2021, ECLI:NL:RBNNE:2021:4174

Een BV heeft bij notariële akte de deelnemingen waarin haar operationele activiteiten plaatsvonden afgesplitst naar een nieuw opgerichte vennootschap. Bij dezelfde akte heeft die BV een registergoed afgesplitst naar eiseres. Tussen partijen is in geschil of op de verkrijging van dat registergoed door eiseres de splitsingsvrijstelling van artikel 15, eerste lid, onderdeel h van de WBR en artikel 5c van het UBBR van toepassing is. De eerste vraag die daarbij moet worden beantwoord, is de vraag of de beide in de akte geregelde afsplitsingen als één geheel moeten worden beschouwd, of dat die beide afsplitsingen afzonderlijk moeten worden getoetst aan de geldende voorwaarden voor de splitsingsvrijstelling. Daarna dient beoordeeld te worden of aan de voorwaarden voor de splitsingsvrijstelling is voldaan. Naar het oordeel van de rechtbank is er sprake van één afsplitsing, waarbij meerdere vermogensbestanddelen tegelijkertijd worden overgedragen aan meerdere rechtspersonen. Aan de voorwaarden voor de splitsingsvrijstelling is ook voor het overige voldaan. Het beroep is gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken