Rb. Noord-Nederland 31 augustus 2021, ECLI:NL:RBNNE:2021:3825

Verdachte (destijds 23 jaar) heeft zich schuldig gemaakt aan seksueel misbruik van een veertienjarig meisje. Verdachte heeft niet alleen ontuchtige handelingen gepleegd maar is ook meerdere malen oraal en vaginaal bij haar binnengedrongen. Verdachte heeft daarvan bovendien stiekem een filmopname gemaakt en heeft die opname gedeeld via social media en internet. Daarnaast heeft verdachte heimelijk opnames gemaakt van seksuele handelingen die minderjarige meisjes op zijn verzoek tijdens internet chatsessies hebben verricht voor de webcam. Uit het pro Justitia rapport komt naar voren dat verdachte een zogenoemde ‘andere neurobiologische ontwikkelingsstoornis’ heeft waarin een beperkt vermogen tot inhibitie (afremmen van eigen impulsen), planningsproblemen en een verminderd vermogen tot een adequate sociale afstemming centraal staan. Daarnaast is bij verdachte sprake van een pedofiele stoornis van het niet-exclusieve type. Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van vierentwintig maanden waarvan tien maanden voorwaardelijk, passend en geboden. Aan het voorwaardelijk strafdeel zal de rechtbank de bijzondere voorwaarden verbinden zoals geadviseerd door de reclassering in haar rapport van 14 juni 2021. Deze voorwaarden betreffen kort gezegd een meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling, een contactverbod met het slachtoffer en het vermijden van kinderporno. Hiervoor geldt een proeftijd van vijf jaar omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meerdere personen. Dat de rechtbank de bijzondere voorwaarde die ziet op het toezicht op het vermijden van kinderporno anders zal formuleren dan door de reclassering is geadviseerd, vloeit voort uit het arrest van de Hoge Raad van 7 juli 2020 (ECLI:NL:HR:2020:1215).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken