Rb. Noord-Nederland 25 juni 2021, ECLI:NL:RBNNE:2021:2843
Toekenning schadevergoeding na mijnbouw / bejegening en vertraagde besluitvorming / deskundigenadvisering / schades aan badkamervloer, schoorsteen, achtergevel en garage / calculatie en indexering / schadebeperkingsplicht De rechtbank stelt voorop dat het begrijpelijk is dat eiser niet tevreden is met de lange behandelduur van zijn schademelding en hetgeen tijdens die behandeling mis is gegaan. De rechtbank stelt vervolgens vast dat die behandeling grotendeels heeft plaatsgevonden in een periode waarin verweerder de behandeling van vele meldingen heeft overgenomen van het CVW. Die omstandigheid lag buiten verweerders macht en heeft helaas invloed gehad op de onderhavige schadebehandeling. Voorts staat vast dat verweerder in het kader van de behandeling van eisers melding twee onafhankelijke deskundigen heeft ingeschakeld om de gemelde schades aan eisers opstallen te beoordelen. Dit acht de rechtbank zorgvuldig en niet onrechtmatig. Met dergelijke deskundigenbeoordelingen is behoorlijk wat tijd gemoeid geweest, mede gelet op het feit dat eisers zienswijzen invloed op dat proces hebben gehad. Verder staat vast dat verweerder aan eiser in het primaire besluit een overlastvergoeding en extra overlastvergoeding heeft toegekend voor deze lange behandelduur. In het licht van die feiten en omstandigheden ziet de rechtbank in de lange behandelduur van eisers melding en de wijze waarop verweerder eiser heeft bejegend geen redenen om te oordelen dat het bestreden besluit onrechtmatig is. De rechtbank volgt eiser niet in zijn stelling dat verweerder het bewijsvermoeden aan de kant heeft geschoven. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder bij het nemen van het bestreden besluit uit mogen gaan van hetgeen door deskundigen Lubbers, Kiers en Handgraaf is geadviseerd. Met betrekking tot de schades aan de badkamervloer en schoorsteen is de rechtbank van oordeel dat verweerder niet van een onjuiste schadeomvang is uitgegaan. Met betrekking tot de schade aan de achtergevel acht de rechtbank met de deskundigeninzichten van Kiers en Handgraaf voldoende aannemelijk dat sprake is van een evident en aantoonbare andere oorzaak dan bodembeweging als gevolg van de aanleg of exploitatie van een mijnbouwwerk. De rechtbank volgt eiser niet in zijn stelling dat Kiers bij de beoordeling van de schade aan de garage/schuur van onjuiste feiten is uitgegaan. De rechtbank acht niet door eiser aannemelijk gemaakt dat de toegekende schadevergoeding onvoldoende is om de geadviseerde herstelwerkzaamheden uit te voeren. Naar het oordeel van de rechtbank hebben Kiers en Handgraaf toereikend gemotiveerd dat het toegekende bedrag van € 24.580,38 ruimschoots voldoende is om de geconstateerde schades door veroorzaakt door mijnbouwactiviteiten te herstellen. Gelet op de aard van de door Kiers geadviseerde herstelwerkzaamheden kan eiser niet worden gevolgd in zijn stelling dat verweerder alleen cosmetisch herstel vergoedt. Eiser heeft geen concrete aanknopingspunten naar voren gebracht waaruit twijfel ontstaat over de juistheid of volledigheid van de geadviseerde herstelkosten. Wat eisers stellingen over indexering betreft, stelt de rechtbank vast dat Kiers de geadviseerde herstelkosten heeft geïndexeerd naar het prijspeil in 2020. Nu de schadevergoeding ook in dat jaar aan eiser is uitgekeerd, is eiser niet tekortgedaan. De rechtbank is niet van oordeel dat verweerder op grond van artikel 6:184 van het Burgerlijk Wetboek gehouden was om de schade in de woonkamer en aan de badkamervloer te vergoeden. Ten aanzien van de schade aan de badkamervloer heeft de rechtbank geoordeeld dat verweerder terecht tot het oordeel is gekomen dat van de gestelde schade alleen de schade aan het voegwerk voor vergoeding in aanmerking komt. Nu het hier om een relatief geringe schade gaat, lag het naar het oordeel van de rechtbank op de weg van eiser om de voegen te laten repareren en aldus verdere schade aan de vloer en het huis te voorkomen. Dat eiser heeft gekozen voor een voorlopige voorziening door de vloer af te dekken met zeil en dat eiser daardoor voor langere tijd ongemak heeft ervaren komt, hoewel dat ten tijde van het ontstaan van de schade wellicht een verstandige keuze leek, voor zijn rekening en risico. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl